| Objectvrije meditatie is niet gericht op een object of een figuur, evenmin op een object in de vorm van een gedachte of gevoel. Vrijheid van objecten -de meditatieve staat- ontstaat vanzelf, wanneer de aandacht of focus geheel ontspant.
Als men zich in de objectgerichte meditatie concentreert op een object van devotie, bijvoorbeeld een godheid, of een soetra van Boeddha, dan doet men dit om met die ene devotie alle onrustige emoties uit te sluiten. Als men de aandacht focust op een neutraler object zoals een kaarsvlam (trataka) of op de ademhaling, dan is dit omdat op die manier de gedachteactiviteit tot rust kan komen. Na complete ontspanning van de aandacht ontstaat een toestand van getuige zijn. Deze getuige is zelf geen object. Men kan deze getuige niet als dusdanig leren kennen, met behulp van de zintuigen.
Deze getuige is volgens swami Sivananda van Rishikesh, India, het ware 'IK', dat ook wel Atman wordt genoemd - Christenen zouden het de Ziel noemen - en dat de drijvende kracht is achter ons bestaan. Het Atman is dat wat denkt via het verstand, ziet via de ogen, eet via de mond, hoort via de oren, ruikt via de neus en voelt via het lichaam, maar onberoerd blijft bij alles wat via deze zintuigen wordt waargenomen. Dit ware 'IK', het bewustzijn dat enkel getuige is, is in alle mensen aanwezig. Door voortgezette meditatie versmelt Atman met Brahman.
Meditatie komt meer voor in Azi?Meditatie is daar wijd bekend en beoefend, ook door de gewone mensen. Een mogelijke beschrijving van de Aziatische opvatting over meditatie, zoals een kind het daar al leert, is :'Meditatie is een stille geest'. Tal van metaforen of vergelijkingen of beschrijvingen zijn dan nog mogelijk. De oefening bestaat er daar dus juist in de geest leeg te maken en nergens aan te denken. Er wordt ook in het oosten traditioneel veel gemediteerd met een object, peinzen over iets: maar dan nog is het uiteindelijke doel de stille, lege geest, waarin het denken tot rust is gekomen.
Het klassieke werk de Yoga soetra's van Patanjali beschrijft deze van oorsprong klassieke Indische opvatting kernachtig in de 2-4e soetras van hoofdstuk 1 'Samapadhi': 'nu een uiteenzetting over yoga; yoga is de bewegingen in de geest tot rust te brengen; dan rust de ziener in zijn werkelijke aard; anders identificeert de ziener zich met de bewegingen.' Alle andere geestelijke meditatieoefeningen uit de oosterse traditie hebben klassiek uiteindelijk dit geestelijk nirwana tot doel. Het is in deze geestelijke staat van helderheid en rust dat de mens verlicht en bevrijd is. De mediterende Boeddha wordt dan ook vaak met een glimlach voorgesteld.
In het heden ontmoeten oosten en westen elkaar meer en nauwer en men mag hopen dat er nog veel van elkaar zal geleerd worden. Concreet staat het christendom voor de uitdaging het verschijnsel meditatie te absorberen door meditatie ruimer te erkennen als basis en hulpmiddel in het geloof. Als besluit kan immers gesteld worden dat meditatie een hulpmiddel is, zoals een medicijn, dat bestaat uit de geest te laten rusten.
Maar meditatie kan ook begrepen worden als een onderzoek, een leerproces waarin men voor zichzelf leert vragen stellen en nadenken, om te begrijpen.
Iedere mens kent eigenlijk wel de 'mediterende' staat van de geest: het gaat om een natuurlijke staat van de geest waar bijvoorbeeld kinderen en sommige individuen merkbaar in verkeren. Daarom is het zo moeilijk of zelfs onmogelijk om deze natuurlijke staat door oefening te verkrijgen. Oefening impliceert namelijk aandacht geven, terwijl de natuurlijke staat onkenbaar blijft zolang de aandacht actief is.
|
|